Een man en vrouw gaan scheiden. Op het moment van scheiden heeft de man geen inkomsten uit zijn eigen bedrijf en volgt hij een opleiding om zijn kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren. De rechter gaat hier op een goede manier mee om door verschillende alimentatiebedragen voor de toekomst vast te leggen.

Zzp-er

De man is zzp-er. Sinds de start van zijn onderneming heeft hij tot 1 januari 2017 voor één opdrachtgever gewerkt. Hierna heeft hij nog een aantal korte projecten kunnen doen bij andere opdrachtgevers, maar sinds februari dit jaar heeft hij geen opdrachten meer gehad. Hij doet zijn best om werk te krijgen door veel aan acquisitie te doen. Daarnaast heeft hij regelmatig gesolliciteerd naar ICT-functies in loondienst. Tijdens de rechtszaak kan hij maar liefst 250 sollicitaties laten zien. De man ziet zelf wel in dat dit niet goed gaat op deze manier en heeft het initiatief genomen om een HBO-opleiding Bedrijfskundig Informatica te gaan volgen. Dit met als doel om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. In april 2019 zal hij de studie hebben afgerond. Op dit moment heeft de man dus geen inkomsten, maar de toekomst ziet er goed uit.

Draagkracht

De rechter besluit om bij het beoordelen van de draagkracht alvast een beetje in de toekomst te kijken. Op dit moment heeft de man geen inkomen, waardoor hij geen kinder- of partneralimentatie kan betalen. De rechtbank is van mening dat het voor hem wel mogelijk zal moeten zijn om binnen een aantal maanden een opdracht binnen te halen of een betaalde baan te vinden. Vanaf 1 oktober zal hij dan ook een kinderalimentatie van 261 euro moeten gaan betalen. Vanaf 1 mei 2019 is de studie van de man afgerond en zou hij weer in staat moeten zijn om weer op zijn oude inkomensniveau terug te zijn. Vanaf dat moment zal de man dan ook 387 euro per maand moeten gaan betalen. Ook de partneralimentatie zal niet eerder ingaan dan op 1 oktober 2018 en zal per 1 mei verhoogd worden.