Wanneer betaalde alimentatie niet berust op een uit het familierecht voortkomende verplichting, is deze alimentatie niet aftrekbaar, zo oordeelt de rechtbank in Breda.

Een man en vrouw zijn in 2005 uit elkaar gegaan. In december 2007 bepaalt Rechtbank Middelburg dat de man aan zijn ex-vrouw maandelijks alimentatie moet betalen van € 300. De echtscheiding wordt uitgesproken in april 2006 en een maand later ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

In juli 2006 bereiken de man en zijn ex overeenstemming over de afwikkeling van de echtscheiding. Afgesproken wordt dat hij vanaf de datum van echtscheiding geen alimentatie hoeft te betalen aan haar. Dit wordt bevestigd in een uitspraak van de rechtbank.

In zijn aangifte over 2006 trekt de man de door hem betaalde alimentatie af. Ook de alimentatie die hij na de datum van echtscheiding nog heeft betaald, brengt hij op zijn inkomen in mindering. Hij heeft deze alimentatie betaald om te voorkomen dat zijn ex alsnog alimentatie zou eisen.

Toch is de alimentatie die de man vanaf mei 2006 betaald volgens de inspecteur niet aftrekbaar en Rechtbank Breda is het daar mee eens. Omdat de vanaf 2005 betaalde alimentatie niet berust op een uit het familierecht voortkomende verplichting, kan hij deze alimentatie niet in mindering brengen op zijn inkomen.

Alimentatielijfrente

Betaalde alimentatie aan een ex-echtgenoot is onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrekpost. Een van de voorwaarden is dat de alimentatie wordt betaald uit hoofde van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting. Hiervan is sprake als de alimentatieverplichting berust op een rechterlijke uitspraak. Het is vervolgens mogelijk om in een (aanvullend) echtscheidingsconvenant de hoogte van de alimentatie vast te leggen. Deze alimentatie is dan aftrekbaar.

Een tweede voorwaarde is dat de alimentatie wordt betaald aan een ex-echtgenoot. Hieronder wordt ook begrepen de echtgenoot van wie van tafel en bed is gescheiden of de echtgenoot van wie men duurzaam gescheiden leeft. Een ex-samenwoner valt niet hieronder. Toch kan ook een ex-partner de alimentatie die hij betaalt aan degene met wie hij ongehuwd heeft samengewoond onder voorwaarden aftrekken. Er moet dan sprake zijn van een zogeheten dringende morele verplichting.

Degene die de alimentatie moet betalen, kan dit bedrag als gezegd aftrekken op zijn inkomen. De betaalde alimentatie komt eerst in mindering op het box 1-inkomen, vervolgens op het box 3-inkomen en ten slotte, als er dan nog een bedrag overblijft, op het box 2-inkomen. Tegenover de aftrek bij degene die de alimentatie moet betalen staat een heffing bij degene die de alimentatie ontvangt. Deze is over de ontvangen alimentatie-uitkering inkomstenbelasting verschuldigd volgens het progressieve tarief.

Wil de alimentatieplichtige in een keer aan zijn verplichting voldoen in plaats van periodiek een geldbedrag te moeten overmaken, dan kan hij hiervoor een alimentatielijfrente afsluiten. De koopsom voor een alimentatielijfrente is in een keer aftrekbaar op voorwaarde dat de alimentatielijfrente direct ingaat en uitsluitend aan de ex-partner uitkeert. De alimentatiegerechtigde moet de ontvangen uitkeringen optellen bij zijn inkomen.